Briljante column Bas van Putten over Panamericana

Column Bas van Putten over Panamericana

Autoweek over Panamericana

Schrijver / columnist Bas van Putten (onder andere NRC en Autoweek) kan schrijven om jaloers op te zijn. Hij doopt zijn filerende pen in roodrokend salpeterzuur dat zozeer is aangelengd met humor dat zelfs de patiënt van het lachen niet meer voelt dat er een doodsteek wordt uitgedeeld.

Dus met verwachtingsvolle vrees begon ik afgelopen zaterdag aan zijn column in Autoweek, onder de simpele titel ‘Panamericana’. Ik dacht even dat hij me regelrecht het graf in prijst als hij meldt zielsverwantschap te voelen met mij als auteur. ”Wat kreeg ik zin om in Jansens bandenspoor te treden,” schrijft hij – honend, dacht ik aanvankelijk. Maar later bleek dat hij Panamericana echt ‘een aanstekelijk boek’ vond. Hij concludeert zelfs: ”Ooit komt de dag dat ik mijn California naar Buenos Aires laat verschepen om Jansens boek nóg eens te kunnen lezen, maar dan in het echt.”

Kijk maestro, that’s the spirit: groots toegeven dat je eigenlijk een beetje jaloers bent op zo’n krabbelaar die zijn kantoorbestaan ontvlucht, zijn dromen achterna.Geen groter eer dan een voorbeeld te mogen zijn voor schrijver Van Putten.

Hij heeft gelijk dat Panamericana het boosaardige chagrijn mist van V.S. Naipaul (overigens naast Paul Theroux ook mijn favoriete reisschrijver). Dat is denk ik een generatiekwestie, in de jaren zeventig en tachtig wonden wij journalisten ons nog erg op als extreme bureaucratie, corruptie of gewoon domkopperij in verre landen ons het werk moeilijk maakte. Na dertig jaar in Latijns-Amerika verspil ik daar geen negatieve energie meer aan  en aanschouw ik dat allemaal berustend, maar tegelijkertijd met een nieuwsgierige verwondering.

”Zo’n man vergeef je dat hij onderweg De Dijk en Bløf draait,” schrijft Van Putten. Ja, die voel ik wel. Ik had natuurlijk naar waarheid kunnen schrijven dat ik rijdend over de ongenaakbare Carretera Austral (Chili) stil viel bij de klanken van Symfonie no. 4 in A mineur van Jean Sibelius, maar daar was geen plek voor in dit boek. Voor ‘Dansen op de vulkaan’ wel. Dat zijn van die teksten die na lang verblijf in het buitenland in bepaalde situaties als vanzelf in je opwellen, of ze nou van de Zangeres zonder Naam zijn (‘Een kleine fout en de chauffeur komt nooit meer terug’) of van Alex Roeka (‘Het is koud, het is hard, niet zoals ‘t moet zijn / Het is nacht, altijd nacht in de mannenwoestijn’) komen. Teksten waarvan je niet eens wist dat je ze in je hoofd had, laat staan in je iPhone.

Ik ga hier natuurlijk niet de hele column overtikken, dat zou schending van het auteursrecht zijn. Dus snel naar de sigarenhandel (de Autoweek ligt ook in de Albert Heijn), voordat het nieuwe nummer er ligt. Of naar de site van Autoweek, waar ook no. 36 (5-12 september) los te bestellen is…

Bas van Putten

 

    Geef een reactie

    Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

    *

    De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>