RECENSIE | Bloed aan de paal – een magistrale roman uit Peru

Het is 1978. Het dagelijks leven in Zuid-Amerika wordt overschaduwd door militaire dictaturen – de een wreder dan de andere.

In Peru heerst een betrekkelijk mild regime, zeker in vergelijking met de buurlanden.  De belangstelling daar gaat meer uit naar het WK-voetbal dat op dat moment in Argentinië wordt gespeeld, dan naar de komende verkiezingen die na tien jaar van ‘militair bestuur’ het land weer democratie moeten brengen.

In de roman ‘Bloed aan de paal’ beschrijft Santiago Roncagliolo een paar weken uit het leven van een jonge bureaucraat in de hoofdstad Lima die met grote plichtsbetrachting elk dossier dat op zijn bureau belandt nauwgezet afhandelt. Dit tot ergernis van zijn chef, wiens arbeidsethos luidt: als je niets doet, creëer je ook geen vijanden.

En inderdaad, juist door zijn naïeve oprechtheid wordt ambtenaar Chacaltana de wereld in gezogen van geheime diensten en subversievelingen, van intriges en verraad. Een wereld waarin goed en kwaad voortdurend van kleur verspringen en waarin de angst overheerst. Bij alle partijen, bij elk individu.

Chacaltana werkt op het kantoor van de openbare aanklager en onderzoekt routineus een door hem geconstateerde ‘administratieve onregelmatigheid betreffende reisbewegingen van grensoverschrijdende aard’. Hij heeft begrip voor de status quo: de militaire pantserwagens en de vele politiepatrouilles in het centrum van Lima zijn er voor zijn veiligheid. Hij veracht zijn chef die onder werktijd naar de voetbalwedstrijden op tv kijkt; hij bewondert een admiraal die zich inzet voor de veiligheid van het land en die wel begrip heeft voor zijn problemen met administratieve dwalingen.

Zo vreemd was het niet dat de militairen de leiding over het land hadden. Wie waren daar nu beter geschikt voor dan zij?

Veel Peruanen denken er blijkbaar net zo over. Tekenend is een kleine betoging van een man of honderd tegen de dictatuur, in het centrum van Lima, tegenover oproerpolitie met helmen en schilden en zelfs een waterkanon. Het blijft volkomen rustig, de ene partij demonstreert, de andere handhaaft orde. Wel over hun toeren zijn de bestuurders van de auto’s in de enorme file die door de wegblokkade wordt veroorzaakt.

‘Ik wil geen democratie, godverdomme!’ schreeuwde iemand vanuit een Volkswagen Kever. ‘Ik wil het WK zien!’

Dat wereldkampioenschap voetbal in Argentinië vormt het constante decor waarin deze roman zich afspeelt. Terwijl de onwetende ambtenaar beetje bij beetje de wrede wereld bij hem om de hoek ontdekt, en al doende zijn onschuld verliest, klinken de opgewonden voetbalverslagen onheilspellend uit de huizen zoals de toespraken van Mussolini in de film Una giornata particulare onophoudelijk het persoonlijke drama bijna overstemmen.

Recensie 'Bloed aan de paal'

Santiago Roncagliolo

Het boek met de oorspronkelijke titel La pena máxima (letterlijk: de doodstraf) heet in Nederland ‘Bloed aan de paal’. Op het eerste gezicht een wat versleten cliché voor een ruwe wedstrijd. Een ruw verhaal is het wel, er vallen nogal wat doden en ook wordt er gemarteld. Maar voor degenen die het weten heeft de titel een heel toepasselijke extra lading: Bloed aan de paal was ook de titel van de campagne die het cabaretduo Bram Vermeulen en Freek de Jonge in 1978 voerden tegen Nederlandse deelname aan het wereldtoernooi in de Argentijnse stadions.

Tijdens de finale van het toernooi, tussen Nederland en Argentinië, zijn de Peruanen hoorbaar op de hand van Oranje. De bewoners van de sloppenwijk waarin het drama van Chacaltrana zijn climax bereikt, koesteren een diepe haat voor de Argentijnen die slechts door omkoping de halve finale tegen het eigen nationale team zouden hebben gewonnen. Terwijl de ambtenaar rent voor zijn leven, scoort Nanninga.

‘Goal! Goooooooooooooooooooooal van Nederland!’ Nu brak in Barrios Altos een onbeschrijflijk pandemonium uit. De Peruaanse Oranjesupporters gaven al hun haat, al hun opluchting, al hun ressentiment de vrije loop. Overal werden deuren en ramen opengegooid.

‘Bloed aan de paal’ is een magistrale roman over een beslissend moment in de recente Peruaanse geschiedenis: de overgang van een verlichte militaire dictatuur naar een, aanvankelijk gebrekkige, democratie. Een roman die een bloedige episode gedetailleerd inkleurt, en daardoor ook nuanceert en relativeert.

Waar landgenoot en Nobelprijswinnaar Mario Vargas Llosa met zijn gedetailleerde zedenschetsen de algemene ziel van Peru en Zuid-Amerika vastlegt, zoomt een nieuwe generatie Peruaanse schrijvers in op specifieke historische gebeurtenissen. In 2005 publiceerde Alonso Cueto de verstikkingen roman ‘Het blauwe uur’, over de verschrikkingen van de strijd tussen guerrillabeweging Lichtend Pad en het leger in de jaren tachtig. Van de golf jonge Peruaanse schrijvers die daarna op dit thema is verder gegaan is wat mij betreft Santiago Roncagliolo  de eerste die uit de schaduw van de grote meester treedt.

Interview dat ik onlangs voor Radio MediaNaranja had met Santiago Roncagliolo over zijn boek (Spaans, ondertiteld):

Lange versie, niet ondertiteld:

 

Santiago Roncagliolo: Bloed aan de paal.

Meridiaan Uitgevers.

Vertaald door Peter Valkenet.

398 blz. € 19,95

    1 reactie op “RECENSIE | Bloed aan de paal – een magistrale roman uit Peru

    1. Pingback: ‘Bloed aan de paal’ – video-interview met Santiago Roncagliolo (ondertiteld) | PanAmericana

    Geef een reactie

    Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

    *

    De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>